Tikkie terug (tijdens Warme Truiendag)

Ooit, lang voordat ik de huidige mijnheer leerde kennen woonde ik samen met een andere mijnheer. En dat was bij tijd en wijle best een uitdaging (we hebben het, zoals je begrijpt, ook niet volgehouden). Eén van de telkens terugkerende kwesties was de temperatuur in huis. Als ik thuiskwam van college en hij was er al een poosje, gooide ik steevast de openslaande tuindeuren open terwijl ik klaagde ‘dat het wel een sauna leek.’

We waren behoorlijk uiteenlopende temperaturen gewend: ik groeide op in een ruim 100 jaar oud herenhuis met hoge plafons maar zonder centrale verwarming. In mijn jeugd stonden de ijsbloemen ’s morgens weleens op de ramen van mijn slaapkamer en soms kon ik er mijn huiswerk niet maken omdat de inkt in mijn vulpen bevroor als het kwik in mijn kamer onder het nulpunt daalde.

‘Nou’, zei ik, ‘als jullie ‘m nou elke dag een tikkie terug doen en een warme trui aantrekken. Dat scheelt je een heleboel geld en het is nog beter voor het milieu ook.’ Dat vond ze geen goed idee.

Hij woonde als kind in een nieuwbouwwoning waar het ook in de winter binnen 25 graden was omdat zijn moeder uit Suriname kwam (en zijn vader uit Friesland, maar die werd overstemd door zijn vrouw).

Dus hij zette de mengkraan van de douche op 30 graden, ik draaide ‘m terug naar 20. Hij vond 23 graden in huis in de winter normaal, ik vond dat vies warm en zette de thermostaat naar 18.

Het moeilijkst waren nog de bezoeken aan zijn ouderlijk huis in de winter. Dan kwam ik aan met een leuke trui aan en hadden ze de open haard aangestoken. Gatver. Als ik het geweten had was ik in bikini gekomen. Nu zat ik met een kop als een biet zo ver mogelijk bij de warmtebron vandaan mijn kledingkeuze te vervloeken.

Maar al snel waren mijn handen zó koud dat zelfs typen met vingerloze handschoenen aan een pijnlijke exercitie werd.

De toenmalige schoonzus had een geweldige oplossing: ‘Als je nou elke dag de verwarming wat hoger zet, dan wen je eraan’, zei ze. ‘Nou’, zei ik, ‘als jullie ‘m nou elke dag een tikkie terug doen en een warme trui aantrekken. Dat scheelt je een heleboel geld en het is nog beter voor het milieu ook.’ Dat vond ze geen goed idee.

Ik ben dan ook bang dat ze vrijdag week niet mee zal doen met Warme Truiendag. En als ik heel eerlijk ben: ik doe ook niet mee. Vorig jaar heb ik het geprobeerd: in plaats van 18 graden (gevoelstemperatuur 16 omdat dit huis meer kieren en gaten heeft) zette ik de thermostaat op 17 en nam plaats achter mijn computer. Maar al snel waren mijn handen zó koud dat zelfs typen met vingerloze handschoenen aan een pijnlijke exercitie werd. Na een uurtje ademde ik op mijn verkleumde vingers alsof ik net klaar was met een schaatsmarathon. Toen vond ik het wel genoeg en zette de thermostaat weer op 18.

Krijgt de ex-schoonzus toch nog haar zin.

Geen reacties

Reageer